Vandaag begint de maand mei. Op 1 mei is het de dag van de Arbeid, wat we in Nederland niet zo vieren zoals in België, maar je kunt ook niet alles hebben. De maand mei wordt ook wel bloeimaand, Mariamaand of wonnemaand genoemd. Het is een prettige maand want de dagen lengen met 1 u en 28 minuten, heerlijk toch. De vogels leggen deze maand een ei. Maar wat doet het weer in mei?

Stieren en Tweelingen

Wanneer je in de meimaand geboren bent, dan weet je misschien iets meer over deze maand. Maar voor degenen die niemand kennen die in deze maand zijn verjaardag viert, dan moet je weten mei de sterrenbeelden Stieren (tot 21/5) en Tweelingen (22/5-21/6) heeft.

In mei leggen alle vogels een ei

“Maart roert zijn staart”, “April doet wat hij wil” en “In mei  liggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de spriet, die leggen in de meimaand niet”. Deze spreuk zegt nog niet zoveel over het weer in deze maand. Even een opsomming.  In mei zijn er gemiddeld nog 3 dagen met vorst aan de grond. De gemiddelde maximumtemperatuur bedraagt  17,7°C en de gemiddelde minimumtemperatuur 8,9°C. Gemiddelde neerslaghoeveelheid was 69,5 mm en dat op 11,9 neerslagdagen.

vogel op nestje

Algemene weerspreuken voor de maand mei

Dat er in mei veel te doen is om het weer daar zijn de vele weerspreuken het bewijs van. Dus ben je van plan er op uit te gaan of een dagje op pad in de maand mei, loop dan even door de spreuken en doe er je voordeel mee. Er zijn sommige spreuken echt bedoeld voor een bepaalde datum, dat is helemaal handig.

1. Een natte mei, brengt boter in de wei.

2. Als het dondert in mei valt er dikwijls hagel bij.

3. Avonddauw en zon in mei, hooi met karren op de wei.

4. Dauw in mei en april maken goede augustus en september.

5. Donder in mei geeft gras in de wei.

6. Het onweer in de mooie mei, doet ’t koren bloeien op de hei.

7. Donder in mei, zingt de boer : jochei!

8. Veel onweer in mei, maakt de boeren blij.

9. Een bijenzwerm in mei, goed teken voor de wei.

10. Een koude mei, een gouden mei.

11. Einde van mei, staartje van de winter.

12. Is mei nat, de droge juni volgt zijn pad.

13. Is het weer in mei zeer mooi, dan ziet de schuur maar weinig hooi.

14. Koele mei, goed geschrei.

15. Mei, koel en wak, brengt veel koren in de zak.

16. Mei, koel en nat, vult de schuur en ook de zak.

17. Mei, koel en nat, brengt koren in de schuur en spek in ’t vat.

18. Onweer in mei is een vruchtbaar getij.

19. De eerste mei hebben alle vogels een nest of een ei (1 mei)

20. Servaas moet verlopen zijn, voor de nachtvorst goed en wel verdwijnt (13 mei).

21. Als er schaapjes aan de hemel staan, kan men zonder paraplu wandelen gaan.

22. Regen en wind in het midden van mei, maakt de boeren niet erg blij.