De tijd is een wonderlijk fenomeen. Hij is oneindig en toch heb ik er nooit genoeg van. In de kast staat een boek waarin wordt uitgelegd waarom het voelt alsof de tijd sneller gaat naarmate je ouder wordt, maar ja: geen tijd om het te lezen. In de kast ook hele volumes met geschiedenis, tijd die voorbij is en nooit meer terugkomt. Ik heb moeite met dat concept, dingen die nooit meer terugkomen.
Derhalve ben ik een enorme fan van reünies, zoals die van mijn middelbare school over drie maanden, toevallig op dezelfde dag als mijn veertigste verjaardag. Heb lang zitten dubben wat ik zou laten prevaleren, maar ik ben eruit: ik ga éérst naar de reünie en daarna geef ik mijn feest. Want we laten deze mijlpaal niet ongemerkt voorbij gaan, in mijn leven komt geen huwelijk en dus ook geen bronzen, zilveren etc. bruiloft dus deze gebeurtenis mag wat kosten.
Toen jaren geleden een voormalige geliefde 30 werd deed hij ternauwernood de deur voor mij open, hij keek schichtig naar links en naar rechts of er nog meer mensen in aantocht waren en trok me toen snel naar binnen om samen – onder de tafel – te wachten tot de dag voorbij ging. Nonsens! Vier het leven! Tel die jaarringen bij je ogen, applaudisseer voor die sinaasappelhuid, lach om de potloodtest bij je boezem, wat zeg ik: kijk of je passer, geodriehoek en kubus er nu ook onder blijven hangen!
Tja, opgroeien in het decennium van de zogenaamde supermodels had z’n nadelen. Dus zijn we alweer enige weken bezig om het figuur van toen te bewerkstelligen. Want we willen natuurlijk wel stralend tevoorschijn komen op die dag, niet meer die bakvis van toen. Had ik destijds maar de zelfverzekerdheid gehad van nu, met het lijntje van toen. Dan had ik vast een vreselijk slechte reputatie gehad. Zo ik die nu niet al mocht hebben.
Op een eerdere reünie een paar jaar geleden verklapte een klasgenoot dat ik destijds bij z’n top 3 zat. Prima zeg! Ik deed het even later wel teniet toen ik een meisje met een andere jaargenoot zag staan praten en ik hooghartig vroeg wie dat onbeduidende tiepje dan wel niet was. Euhm, de zus van m’n gesprekspartner. Jammer.
Met een vriendin die ik al driekwart van mijn leven ken en met wie ik de middelbare school doorleefde zit ik al maanden te beppen over Het Evenement. We gniffelen bij het vooruitzicht of onze grote verliefdheden van weleer er ook zullen zijn. We hopen het vurig want dan zullen we ze wel eens laten zien hoe prachtig wij zijn opgedroogd. En dan lokken we ze mee naar mijn feest en voeren we ze dronken tot het punt dat we weer staan te viezelevozelen op de oprit. Net als toen. And then some, want nu blijft het natuurlijk niet bij een beetje tongen. Beide heren in kwestie zijn inmiddels brave huisvaders, maar erover fantaseren met een medebakvis brengt mij linea recta terug in de tijd.
Zo ook de samenstelling van de muziek voor mijn feest. Ik kan natuurlijk geen pukkel met de muziek van nu, haal mijn neus op voor wat nu dreunt in de oren van de jeugd. Enige tijd terug ging ik aan de iPod want: hét ding om dé partymuziek bijeen te rapen. Ik hoorde mijzelf in de winkel stoer zeggen: ‘Doet u mij het meest ingewikkelde model dat u heeft’, want duur dus goed veel mogelijkheden.
Een dag later moest ik al aankloppen bij de snotneus van een kantoor verderop want ik kwam niet verder dan ‘m aan- en uitzetten. Zo’n onbetekenende muis van 21 die nog met neerhangende schouders door de gangen schuttert en die zo’n ouwe gum als ik in een oogwenk wegwijs maakt. Fuck 2009.