Waar staat het geschreven dat iedereen van kinderen houdt of moet houden? In voorbije eeuwen keek men er pas naar om als het kind met een jaar of vijf had bewezen een blijvertje te zijn. Tegenwoordig is een succesvol resultaat van de menselijke reproductie zo’n bijzonderheid dat er mijns inziens juist veel te veel poespas van wordt gemaakt.
Eens in de zoveel tijd is er aanwas bij de collega’s. ‘Mark heeft een kleine!’ hoor ik in de gang en iedereen doet er blij en geïnteresseerd over. Ik mompel binnensmonds ‘Dat verwacht je toch niet bij zo’n lange man...’ en denk onderwijl: weer een vervuiler erbij, er zijn al zoveel mensen, houd nou toch ‘ns op met kinderen krijgen. Waar komt die drang toch vandaan.
Een week of wat later komt de trotse ouder de nieuwe aanwinst tonen aan de collega’s. Weer een baby waar ik googoo gaga op moet reageren, wat ik niet kan. Ik heb niet voor niets zelf geen kinderen. Sta je met een jonge hond in de deuropening dan heb je mijn onverdeelde aandacht en als je het dier bent gaan ophalen in het asiel heb je mijn respect voor het leven.
Duurzaamheid, de carbon footprint, maatschappelijk verantwoord ondernemen, de toverwoorden van deze nieuwe eeuw. Iedereen is er vol van maar het moet niet te dichtbij komen; het kan natuurlijk niet betekenen dat je zelf de auto laat staan of minder foute producten consumeert, en kinderen zijn de toekomst dus neem je er een paar, als het lukt. Never mind dat er elders op de wereld kindjes wachten in hun asiel op een goed stel ouders om ze een toekomst te geven.
In de postkamer op het werk hangt een certificaat: we zijn klimaatneutraal voor alle bewegingen die het bedrijf maakt met betrekking tot het postverkeer. Daartoe worden bomen geplant; nou, da’s mooi, zeg ik, hoeveel bomen dan en waar staan ze precies? Maar zo ver gaat de informatie dan weer niet. En op dezelfde dag volgt een memo over de nieuwbouw van onze vestiging. We hebben tenslotte niet al genoeg leegstaande kantoorpanden binnen de gemeentegrenzen.
Het menselijk lichaam bestaat voor ca. 2/3 uit water en om de verhouding in stand te houden giet ik er zelf dagelijks nog een hoeveelheid kraanwater bij. Ik gebruik hiervoor een in de zomer aangeschaft hervulbaar flesje. Een collega uit de milieukundige hoek vindt het nodig om mij daarover een preek te geven: weet ik wel dat er 3 liter brandstof voor nodig is om 1 zo’n flesje mineraalwater naar hier te krijgen, oftewel: doe ’s gauw klimaatnormaal jij en drink gewoon water.
Ik verwaardig mij niet eens tot de uitleg dat het hier al maanden kraanwater betreft. Ik antwoord slechts: ‘Zei hij, met de drie kinderen.’ Ik draai mij om en hij hobbelt stupéfait terug naar zijn kantoor, nee, de pronkkamer van z’n eigen voortplantingsdrift met de foto’s als bewijs. En even later naar z’n genetisch gemanipuleerde lunch in de kantine. Zou er ook maar iets doordringen?
Hoeveel bomen zullen we planten voor elke nieuwe baby? Zoveel plek hebben we niet eens op onze mooie blauwe planeet. Laten we het de orang-oetanbaby’s vragen, zijn er niet zoveel meer van, zijn we ook zo klaar met de enquête. Gelukkig hebben we de foto’s nog.