Als vrijgezel zonder kids mag je helemaal zelf weten wat je met je vrije dagen doet. Je hoeft niet mee in de hausse van de vakantiedrang die de rest van de mensheid in de zomer overvalt. Ik neem zelf graag tussendoor daagjes vrij of laat ze aansluiten op de weekeinden. Op die manier ervaar ik vele malen per jaar het luxe gevoel van vrij te zijn in plaats van in drie aaneengesloten weken waarin de totale ontspanning móét plaatsvinden.
Voorheen deed ik natuurlijk ook vakanties met geliefden. Soms moesten die de allure hebben van 'kijk ons eens duur doen' - ik noem de Malediven of Tobago - andere keren volstond een Grieks eiland of een kampeerreis naar Frankrijk of Italië. Heel eerlijk word ik al superblij van een huisje in Zeeland. Zozeer zelfs dat ik zou wensen dat ik daar zelf een honk had waar ik naar toe kon wanneer ik maar wilde. Een chalet, een caravan, een kartonnen doos desnoods, ik ben voor de rest van mijn leven verliefd op Zeeland.
Dat had mij menige bergrit in een huurauto gescheeld waarbij ik met witte knokkels als bijrijder ravijnen inkeek terwijl de chauffeur van dat moment deed alsof hij al zijn hele leven over zulke smalle kronkelweggetjes reed en boos werd als ik angstgilletjes slaakte bij elke tegenligger die de hoek om kwam gieren. Als Nederlander ben je nou eenmaal geen bergen gewend.
Ook onnatuurlijk is het fenomeen vliegen; hoe kan zo'n enorm gevaarte nou toch de lucht in komen en daar ook blijven?! Voor mijn vorige werk heb ik eens een cursusweek meegedraaid met als thema 'overleefbare vliegtuigcrashes', bedoeld voor hulpverleners als brandweer en traumateams. De Amerikaanse instructeur toonde legio sappige foto's en filmpjes van alles wat er maar mis kan gaan en hij stapte net zo vrolijk weer in een vlucht terug naar huis.
Maar ik kwam er gedeformeerd vandaan; liever helemaal nooit meer vliegreizen en als het dan moet, geen synthetische kleding want brandbaar, altijd een zaklantaarn in je handbagage voor als het licht in de cabine uitvalt, en zorgen dat je aan het gangpad zit achterin het toestel voor de beste overlevingskansen, want de neus van het vliegtuig gaat meestal het eerst naar beneden.
Nog ver voor die tijd ging ik eens naar Madeira. De geliefde van die periode was een onvoorspelbaar type. Hij besloot 20 minuten na aankomst in het hotel al dat hij terug naar huis wilde. Dat legde wel wat druk op de vakantiebeleving die ik toch tot de volle tien dagen wist te rekken en het eindigde zelfs in een onbegrijpelijk huwelijksaanzoek op een schip dat ooit van de Beatles was geweest. Gezien de fragiele geestelijke gesteldheid van mijn medereiziger stemde ik ermee in tot mijn veilige terugkeer in Nederland een feit was.
En het begon zo leuk. We reisden met een Franstalige zustermaatschappij van een Belgische luchtvaartgroep. De uitleg van de veiligheidsinstructies door de Franssprekende crew ging vloeiend. Voor de Nederlandstalige toeristen aan boord was er een bandje dat werd afgespeeld. Het was ingesproken door iemand zonder kennis van de Nederlandse taal en met het accent van Schildersmurf: 'Et roken van zikaretten en zikaren aan boord ies verboden. Pijpen ook.' Ik hoor nog hoe het hoofd van de man achter mij tegen mijn stoel aansloeg van het lachen.