Eigenlijk heb ik geen zin om vanavond nog weg te gaan, liever ga ik vroeg naar bed, maar ik ga toch naar dansles. Het is bijna negen uur, het sneeuwt een beetje en de auto is zo koud dat ik nog meer naar m’n bed ga verlangen. Lekker diep onder de dekens, met een boek.
Wanneer ik het dorp uitrijd, nader ik de kruising met de provinciale weg. Ik zie twee auto’s aankomen van links, maar ik trap naast de rem en raak het gas, m’n auto schiet naar voren. Dan gaat alles razendsnel en tegelijkertijd vertraagd. Het lijkt minuten te duren voor ik de rem gevonden heb en de auto achteruit krijg. Als dat gelukt is, kijk ik voor me en zie een van de twee auto’s in een onbeheerste bocht via de tegenoverliggende rijbaan de middenberm inschieten, waar hij tot stilstand komt.
Ik staar naar de auto, de voorkant zit in elkaar en ik vraag me af hoe dat gebeurt is. Het eerste wat in me opkomt is dat ik door moet rijden want anders kom ik te laat. Ik realiseer me meteen dat dat belachelijk is, ik kan niet wegrijden, ik moet weten of de persoon in die auto gewond is. Gelukkig stapt hij uit, mijn gordel stribbelt tegen maar na een licht gevecht lukt het me uit de auto te komen. Het is een lange man en hij komt met grote stappen op me af, de zenuwen gieren door m’n lijf. Wat als hij kwaad is? Ik voel me weerloos en kwetsbaar en kan geen woede verdragen op dit moment.
Hij komt dichterbij, ik loop op hem af en steek mijn hand uit. Met een paar passen is hij bij me, hij pakt mijn hand en vraagt: ‘Gaat het?’
‘Ja’, zeg ik met onvaste stem, ‘met jou ook?’
‘Ja, ja niks aan de hand, dat was schrikken hè?! Weet je zeker dat het gaat?’
Het blijkt dat hij voor mij is uitgeweken en daarbij een verkeersbord heeft geraakt. Hij heeft de politie al gebeld en een sleepwagen. Er komen mensen kijken die de klap hebben gehoord die aan mij voorbij gegaan is, zowel letterlijk als figuurlijk.
Het wachten op de politie lijkt eindeloos te duren. Het is ijzig koud, maar ik wil niet in m’n auto zitten, de kou neemt tot in mijn botten bezit van m’n lijf. De man belt zijn vriendin. Zij komt onmiddellijk, samen met haar broer.
Ik vraag me af of ik ook iemand moet bellen. Ik doe het niet, ik wil niemand ongerust maken en ik wil zeker niet dat iemand nu in de auto stapt voor mij. Ik stuur een sms’je naar m’n vriendin dat ik niet naar dansles kan komen en besluit mijn liefste vriend te bellen als ik thuis ben.
Als ik uiteindelijk thuis kom is het kwart voor elf. Mijn huis is donker en akelig stil. Ik loop de woonkamer in en sta daar enkele minuten zonder te weten wat ik moet doen. Ik pak de telefoon maar zet hem meteen weer terug. Er komen geen woorden in me op, ben niet in staat iets te zeggen. Mijn hele lijf begint te trillen. Ik doe mijn jas uit, loop naar boven, kleed me uit en stap onder de hete douche. Langzaam trekt de kou uit mijn lichaam, maar het trillen houdt niet op. Alle emotie komt los, ik huil en huil en huil. Mijn adem raakt zijn ritme kwijt en ik hyperventileer, wanhopig probeer ik het paniekgevoel te overwinnen. Ik verlang intens naar die ene persoon die me mee naar bed neemt en me vasthoudt. In het donker, in de stilte. Maar ik ben alleen en dat bijt zich diep in me.
Linda, 39 en single, wie had dat gedacht! Lees me en je leert me kennen. Op papier ben ik mezelf zonder terughoudendheid, zonder angst en zonder schaamte, niets menselijks is mij vreemd en daar zie ik de humor van in. Herkenbaar?
Je moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.
Sterkte Linda. En een dikke knuffel van mij.
daniel | 5 februari 2010 | 14:19 |Daniël
Dank je wel Daniël, dat is lief
Linda | 17 februari 2010 | 13:46 |Zo af en toe ben ik best wel lief
Hoop dat het weer een beetje met je gaat?
Groetjes,Daan
daniel | 17 februari 2010 | 17:03 |Ja het gaat goed hoor. Al ging er vandaag een motorrijder vlak voor mijn wielen onderuit. Gelukkig stond ik op tijd stil, ondanks de gladheid. Het idee dat ongelukken alleen anderen overkomen ben ik nu wel kwijt. Je leven kan in één ogenblik verandert zijn..
Linda | 20 februari 2010 | 20:23 |Groetjes