Op de laatste avond van mijn vakantie in St jean de Luz heb ik heerlijk gegeten bij de lekkerste Italiaan die ik ken. En dan heb ik het niet over de kok maar over zijn eten. Ik heb daar al meerdere avonden gegeten en het voelde dus erg vertrouwd. Ze wisten me nog een extra dessert aan te smeren met ijs. Echt heerlijk.
Maar omdat ik St Jean de Luz niet verlaat zonder een ijsje van mijn favoriete ijssalon ben ik daarna nog even een ijsje daar gaan halen en heb deze zittend op het strand starend naar de zee opgegeten. Ik was nauwelijks van het strand weg te slaan. Het uitzicht heb ik helemaal in me opgenomen. Ook heb ik nog een rondje stad gedaan; een laatste keer de haven, een laatste keer Place Louis XIV, een laatste keer Rue Gambetta, een laatste keer het strand, La Pergola, het mooie hotel, St Barbe, Boulevard Victor Hugo, Bld Thiers,….. alles een laatste keer.
Treuzel, treuzel, treuzel achterstevoren om zo min mogelijk te missen liep ik terug naar mijn appartement. Van slag mijn bed in. Volgens mij was het pas 02.00uur voordat ik sliep en voor 07.00uur was ik alweer wakker. Snel de rolluiken omhoog voor een laatste keer het uitzicht tijdens mijn ontbijt. Bij de makelaar ging het voorspoedig. De eigenaresse zag er vertrouwd ordi uit in haar jurkje van niks met niks eronder. Ik had hier dan ook voldoende of misschien wel teveel zicht.
Op het station moest ik nog 30 minuten wachten maar dat was veel te kort. Ik was nog lang niet uitgekeken op de parkeerplaats, de kliniek die ik vorig jaar bezocht had, het spoor, ik wilde alles nog wel 100 uur bekijken. De eerste 45 minuten in de trein moest ik naar buiten kijken: Guéthary, Bidart, Biarritz, Bayonne, Tarnos en zeker niet te vergeten Ondres met de spoorovergang over de weg naar het strand. Alles, maar dan ook alles heb ik in me op gesnoven. Tot en met de stank in Metro lijn 4 richting porte de Glingancourt in Parijs en de lucht van Gare du Nord aan toe.
Zelfs het zweet dat nu op mijn witte shirt in de Thalys van Parijs naar Brussel geel begint te worden snuif ik op. Dit alles hoort nog bij mijn vakantie en ik geniet er optimaal van. Straks in Roosendaal staan mijn moeder en broertje op me te wachten en dan, dan is het echt weer voorbij. De traan op mijn wang ziet er gelukkig uit als zweet en verdampt snel.